Munten
De eerste munten werden rond 600 v.Chr. in Eydië, Turkije, geslagen. De eerste munten bestonden uit edelmetaal. Tegenwoordig worden munten meestal gemaakt van gewoon metaal, zoals aluminium.
 
Goudstandaard
Elk land heeft zijn eigen geld of munt. Daarom hebben regeringen een standaard nodig om in te schatten hoeveel een nationale munt waard is. Zo kunnen ze dan de wisselkoersen tussen de verschillende munten berekenen. In de 20ste eeuw berekenden veel westerse regeringen de waarde van een munt aan de hand van de waarde van het goud en de goudreserve van een land. Het systeem van de goudstandaard werd in de jaren 1970 afgevoerd. Nu wordt de waar­de van een munt door de markt bepaald.

Geld kun je niet eten, dragen of erin wonen, maar mensen hebben het nodig om te eten, zich te kleden en een woning te betalen. Mensen gebruiken geld om te betalen voor de dingen die ze willen kopen - het is een ruilmiddel dat werkt zolang de koper en de verkoper het eens zijn over de waarde van het papier, metaal of de kaart waarmee betaald wordt. Geld is een soort standaard die je toelaat te zien hoeveel iets waard is. Het is ook een handigere manier om je rijkdom op te slaan dan andere waardevolle dingen zoals onroerend goed. Voor het geld werd uitgevonden, dreef de mens ruilhandel, hij ruilde een goed voor iets anders.

Soorten geld
De bekendste vorm van geld zijn munten en bankbiljetten (contant geld). Het geld dat in een bank wordt bewaard bestaat uit computergegevens. Om dat geld uit te geven gebruiken mensen cheques en creditcards.

Bankbiljetten
Het zijn maar stukjes papier, maar bankbiljet­ten zijn waardevol omdat er een som op staat gedrukt. De eerste bank­biljetten verschenen in de 11de eeuw in China. Zes eeuwen later deden ze hun intrede in Europa.

Cheque
Een cheque is een geschreven bevel dat een bank iemand geld moet uitke­ren. Om veiligheidsredenen mag je een cheque meestal pas uitschrijven als je je kunt identificeren, bijvoorbeeld door een eurochequekaart.

Creditcard 
Met een creditcard kun je iets kopen en er pas later voor betalen. Die betaalkaarten worden uitgegeven door banken en grote winkelketens en kunnen in de meeste winkels gebruikt worden. Elke maand ontvangt de kaarthouder een afrekening die hij direct moet betalen, anders zal hij de bank op dat totaalbedrag interesten (extra geld) moeten betalen.

Het ontstaan van betaalmiddelen
De eerste vermelding van betaalmiddelen is zo'n 4500 jaar oud en stamt uit het oude Mesopotamie (het huidige Irak). Daar werd betaald door hoeveelheden zilver af te wegen.

Bankbiljetten maken
Om de kans op vervalsingen te verminderen wordt het productieproces van bankbil­jetten geheim gehouden. De ontwerpen bevatten veel details die op het eerste gezicht niet opvallen en er worden inkten en papiersoorten gebruikt die een normale drukkerij niet gebruikt.

Banken
De meeste mensen bewaren hun geld in een bank die bijhoudt hoeveel elke klant op zijn rekening heeft staan. Mensen kunnen aan hun geld via geldautomaten, via uitbetalingen aan het loket of door cheques uit te schrijven. Banken kunnen een interest uitkeren wanneer er op de rekening een bepaalde som geld staat, maar klanten die geld lenen, moeten daarvoor betalen. Banken bieden ook finan­ciële diensten aan zoals pensioenen en verzekeringen.

Hoe werkt een groot bankkantoor?
Loketbedienden bedienen klanten en worden door gewapend glas beschermd. Ze kunnen cheques uitbetalen met geld dat ze in een lade onder hun loket bewaren en klanten over hun rekeningen informeren dankzij een computerterminal die met de hoofdcomputer van de bank verbonden is. Klanten kunnen ook vreemde valuta kopen voor een buitenlandse reis. Het grootste deel van het geld word bewaard in kluizen met dikke, stalen deuren.

Eerste banken
Banken ontstonden zo'n 3000 tot 4000 jaar geleden in Babyion als bewaarplaats voor geld van klanten. In het Oude Rome boden banken ook investeringen en het wisselen van munten aan. In het middeleeuw­se Europa gingen de banken erop achteruit omdat de Kerk het lenen van geld om winst te maken afkeurde. Maar in de 15de en 16de eeuw ontstonden er in Italië belangrijke banken die in het hele Middellandse-Zeegebied financiële diensten aanboden.

Beveiliging
Een gepantserde wagen brengt bankbiljetten naar een bank. Die bewaart het geld in speciale kluizen die maximaal beveiligd zijn en vaak ook van tijdsloten zijn voorzien. Op het einde van de werkdag wor­den al de contanten aan de loketten geteld en naar de kluis teruggebracht.

Kluizen
Banken bewaren hun geld in een grote kluis. Tegen een vergoeding kan ook een klant zijn kostbaarheden, bij­voorbeeld aandeelbewijzen, in een kluis in de kluiszaal bewaren.

Grootste kluis
De grootste goudreserve ter wereld bevindt zich in de kluizen van Fort Knox, Kemucky, in de Verenigde Staten. Sinds 1936 ligt het grootste deel van het goud van de VS daar opgeslagen. Het goud wordt bewaard in kluizen van staal en beton die op hun beurt beschermd worden door een gebouw met dikke muren dat tegen bomïnslagen bestand is. Elektronische alarmsystemen, gesloten tvcircuits en gewapende bewakers zorgen voor extra beveiliging.

Pinautomaten

Bankbiljettenautomaten maken het de klant mogelijk te allen tijde geld van zijn rekening op te vragen, ook wanneer de bank gesloten is. Klanten voeren een plastic kaart in en tikken hun per­soonlijk identificatienummer (PIN) in. De automaat staat in verbinding met een computer die weet hoeveel geld iemand op zijn rekening heeft staan en registreert elke trans­actie.


Hoe werkt de beurs?
Gewoonlijk kopen investeerders hun aandelen niet direct bij een bedrijf maar via een makelaar die op de beurs actief is. Effectenhandelaars berekenen de prijs van de aandelen door de aangeboden aandelen te vergelijken met de vtaag ernaar. Investeerders hopen aandelen te kopen vóór hun waarde stijgt en ze te verkopen wanneer ze hun hoogste prijsnotcrmg hebben. Maar het valt niet mee om te voor­spellen wanneer dat punt bereikt is. Makelaars werken steeds meer met computers.

Effectenbeurzen
Mensen die in een bedrijf willen investeren kopen aandelen. Aandelenkapitaal is het geld dat een bedrijf verzamelt door aande­len te verkopen. Belangrijke financiële han-delscentra zoals Londen, New York en Tokyo hebben een effectenbeurs waar aan­delen gekocht en verkocht worden.

Inflatie
Wanneer de prijzen stijgen en de mensen meer geld moeten uitgeven om dezelfde hoeveelheid goederen te kopen, spreken we van inflatie. Een voorbeeld: wanneer de inflatie in de VS op jaar­basis tien procent bedraagt dan zal een mand met boodschappen die het eerste jaar 30 euro kost het volgende jaar 33 euro kosten. Regeringen proberen de inflatie te controleren.